Op Halloween reisde PMC2 vol spanning af naar Ede voor de match met ESC 2. Op papier een gelijkwaardige tegenstander: een bord 1 speler met een 1939 rating, en in opstelling van de dag hadden wij gemiddeld zo’n 20 ratingpunten meer.
De ochtend begon rommelig. Frans had mij net opgehaald uit Mook en was onderweg naar Malden toen hij door Huub werd gebeld. Het tweede had op het laatste moment een extra invaller nodig en Huub was verkozen. Frans keert om bij een rotonde. Binnen 5 minuten belde Huub opnieuw om te delen dat Arno als invaller beschikbaar was gevonden en hijzelf gewoon voor het derde kon spelen. Frans keert een tweede keer om en moppert een beetje.
Op locatie aangekomen, kon Frans weer een rondje extra rijden op zoek naar een parkeerplaats. Gelukkig waren we nog steeds ruim op tijd, alleen met 3 auto’s in plaats van de 2 die oorspronkelijk gepland waren.
Het was druk op de speellocatie. Alle 4 teams van Ede speelden thuis, dus zaten er liefst 64 schakers in de zaal. Elders in het gebouw was bovendien een conferentie gaande over Pelgrimsreizen naar Rome. Welkom in de Bijbelgordel.
Ondergetekende was op bord 5 als eerste klaar met zijn partij. Mijn tegenstander ontwikkelde traag in de opening en verzuimde te rokeren. Ik won een pion en even later dacht mijn tegenstander een pion terug te winnen, toen ik plots een Operamatje zag opdoemen in de stijl van Morphy. Geïnspireerd liet ik een paar stukken hangen die niet geslagen konden worden, mijn tegenstander sloeg toch een stuk en moest direct daarop zijn dame inleveren om mat af te wenden. Vlot daarop gaf hij op. Slechts 17 zetten, een mooi miniatuurtje.
Onze invallers waren kort daarna klaar. Op bord 7 won Arno een weinig spannende partij. Na een rustige opening kreeg hij van zijn tegenstander 2 pionnen cadeau én controle over de open lijn. Dat bleek strategisch voorbij en ook tactisch onhoudbaar. Jo had op bord 6 minder resultaat, hij kwam erg passief te staan en kon geen doorbraak vinden, even later gaf hij helaas een stuk af.
Tussenstand 2-1. Even de balans opmaken. Wim kreeg op bord 1 een stukoffer voor zijn kiezen en stond heel slecht. Herman had op het laatste bord een mooie koningsaanval gelanceerd. De overige borden oogden min-of-meer gelijkwaardig.
Frans kwam even later de speelhal uit. Hij had een partij gespeeld waar hij zelf niet erg tevreden over was, met het gevoel dat er meer in zat zonder een concreet plan te vinden. Er waren waarschijnlijk wel kansen voor wit, ook wel kansen voor zwart, maar echt vuurwerk was het niet te noemen. Er werden een hoop stukken geruild en er stond een stelling op het bord waarin Frans de iets actievere stukken had, maar ook een potentieel kwetsbare koning. Met het oog op de tussenstand en de overige borden, bood hij remise aan dat zijn tegenstander graag aannam. Geen onnodig risico nemen.
Op de andere borden ging het nu voorspoedig. Op bord 2 kwam Jorg gedrongen uit de opening, maar toen hij een aantal stukken kon ruilen, kwam hij steeds beter in de partij en bevond zich uiteindelijk in een zeer prettig eindspel met alleen de zware stukken op hetbord.
Zijn tegenstander had 3 zwaktes in zijn pionnenstelsel, en Jorg geen. Hij maakte het af met een mooie combinatie. Op bord 4 kwam Niek gaandeweg ook steeds beter te staan. Hij had zijn tegenstander verrast in de opening met een ongebruikelijke (maar zeer solide) opstelling. Niek stond tegenover een groot maar immobiel pionnencentrum en vond op het juiste moment een breekje. Hij wikkelde af naar een eindspel waarin hij een pion meer had én actievere stukken en stond waarschijnlijk al volledig gewonnen toen zijn tegenstander een stuk weggaf, wat de partij direct besliste. Met de tussenstand 4,5-1,5 waren de matchpunten binnen.
Ondertussen had Wim het al de hele middag zwaar. Door een gevaarlijk paardoffer van zijn tegenstander stond Wim’s koning klem in het centrum en werd het erg spannend. Hij kon lang verdedigen en even leek het erop dat hij de stelling kon houden, maar toen ging zijn dame iets te ver op avontuur en brak de aanval door.
De langste en spannendste partij was van Herman. Hij had zijn koningsaanval ingewisseld voor materieel voordeel (toren en 2 pionnen tegen 2 stukken) en leek makkelijk het punt binnen te halen. Maar vervolgens maakte hij er met zijn tegenstander een echte griezelpot van: Herman verloor zijn sterke vrijpion, en toen bleek het witte loperpaar toch wel erg gevaarlijk in het centrum. Hij moest nog goed keepen om niet te verliezen. De kansen gingen over en weer, en de omstanders vreesden het ergste voor beide spelers. Maar langzaam werd er meer materiaal geruild en uiteindelijk moest Herman zijn laatste toren offeren om een promotie van zijn tegenstander af te wenden. De strijd werd gestaakt toen enkel de koningen nog op het bord stonden, een zwaarbevochten remise van 70 zetten.
En zo was de eindstand dus 5-3 in ons voordeel!
Een mooie comeback om de kater van de eerste ronde (3-5 verlies) weg te spoelen.
Jasper van der Heijdt
